- Producten
- Eukanuba-fokkersvoeding
- En op Eukanuba.com:
- Eukanuba-hondenvoeding voor consumenten
- Bibliotheek
- Artikelen over hondenvoeding
- Artikelen over prestatiehonden
- Fokkers-tv
- En op Eukanuba.com:
- Breedopedia
- Breedmatch
- Eukanuba TV
- Partnerschappen
- AKC
- FCI
- IRO
- ADI
- Breeder Partner:
- Margery Good
- Mike Gadsby
- Fokkersclub
- Nieuws
GEPASSIONEERDE FOKKERS
BLIJVEN LEREN.
Waterbehoeften van prestatiehonden
Archiefdocument IAMS COMPANY
Iams is sinds 1999 een gedeponeerd handelsmerk van The Procter & Gamble Company. Dit is een archiefdocument dat in het verleden is gebruikt door Iams Pet Food of voor Iams Pet Food-producten. Alle vermeldingen in dit document dienen te worden geplaatst in de context van de tijd en geografische locatie van het eerste gebruik, aangezien de omstandigheden en producten in de tussentijd mogelijk zijn veranderd. Producten en bijbehorende gegevens zijn uitsluitend van toepassing op de VS. Deze documenten mogen uitsluitend worden gebruikt met toestemming van P&G.
WATER: EEN ESSENTIËLE LEVENSBEHOEFTE
Door Jocelynn Jacobs, DVM
Publication date not available - prior to 2005
Als eigenaars van prestatiehonden weten we hoe belangrijk voeding kan zijn voor zowel de gezondheid als de prestaties. We nemen de tijd om etiketten op diervoeding te bekijken, we spreken over voeding met andere deelnemers en zien hoe goed onze honden het doen op verschillende soorten voeding. Er is echter één onderdeel van de voeding die hondenvoeding alleen onvoldoende kan leveren: water!
Water wordt gemakkelijk over het hoofd gezien in het voedingsprogramma van uw hond. Het is echter van essentieel belang voor de gezondheid van de hond en zijn vermogen om te presteren. Een tekort aan eiwitten, vetten, vitaminen of mineralen gedurende een korte tijd is voor de meeste honden geen probleem. Het kan weken of zelfs maanden duren voordat de negatieve gevolgen hiervan op de prestaties of gezondheid worden opgemerkt. Uitdroging leidt echter snel tot verminderde prestaties en kan in ernstige gevallen zelfs overlijden tot gevolg hebben.
Water is een cruciaal onderdeel van een hondenlichaam. Het totale watergehalte in het lichaam van een gezonde hond bedraagt ongeveer 70% van het lichaamsgewicht. Voor een Golden retriever van 32 kilo is water dus verantwoordelijk voor 22 van deze 32 kilo!
Als bij langdurige beweging geen water beschikbaar is om het tekort aan te vullen, neemt het vochtgehalte in het lichaam van de hond af en krijgt het dier last van uitdroging. Bij uitdroging wordt neemt het bloedplasma af, wordt het bloed dikker en moet het hart harder werken om het dikkere bloed rond te pompen. Daarnaast circuleert er minder vloeistof door de bloedvaten om weefsels van zuurstof en voedingsstoffen te voorzien. In ernstige gevallen van uitdroging vallen orgaanfuncties uit en kan het dier overlijden.
Hoe water verloren gaat
Honden verliezen voortdurend vocht via de urine, uitwerpselen, ademdamp (hijgen/ademen), speeksel en zweet. Van deze vijf gaat het minste vocht verloren door zweten omdat honden slechts een kleine hoeveelheid zweet produceren via hun voetzolen. Bij de vier andere oorzaken van vochtverlies is de hoeveelheid afhankelijk van de gezondheid, omgeving, werklast en voeding van het dier.
Gezondheidsproblemen hebben een grote invloed op de hoeveelheid vocht die dagelijks verloren gaat. Urineweg- of nieraandoeningen, diabetes, systemische infecties en andere stofwisselingsziekten kunnen het vochtverlies vergroten doordat honden meer plassen. De hydratatiestatus van honden met gezondheidsproblemen moet dus nauwkeurig worden bewaakt.
De omgevingstemperatuur speelt een grote rol in de hoeveelheid water die verloren gaat door de ademhaling. Bij een lage vochtigheid en koele temperaturen bevat de lucht zeer weinig vocht. Tegen de tijd dat ingeademde lucht de longen bereikt, is deze verzadigd met vocht uit de hond, waardoor elke uitademing voor ongeveer 6% uit water bestaat. Bij warme en vochtige temperaturen is de ingeademde lucht bijna verzadigd met vocht zodat de hond met elke uitademing minder vocht uit de longen verliest. In warme en vochtige omstandigheden hebben honden echter de neiging om meer te hijgen om zichzelf af te koelen, waardoor het vochtverlies door kwijlen toeneemt. Vochtverliezen onder warme omstandigheden zijn daarom even groot of groter dan die onder koude, droge omstandigheden. Het is echter belangrijk om honden bij zowel lage als hoge temperaturen goed gehydrateerd te houden.1
Ook inspanning kan een grote rol spelen bij de hoeveelheid vocht die verloren gaat. Een gezinshond van 20 kilo die in een omgeving met verwarming leeft, verliest bijvoorbeeld ongeveer 1000 ml water via de urine, 100 ml water via de uitwerpselen en 300 ml water via verdamping door ademhaling en kwijlen (een totaal van 1400 ml) per dag. Als diezelfde hond echter buiten zou leven en een sledetocht over lange afstand zou rennen, zou hij ongeveer 2250 ml water verliezen via de urine, 250 ml via de uitwerpselen en 2000 tot 2500 ml door ademhalen en hijgen tijdens de inspanning (een totaal van 5000 ml - dat is een toename in het vochtverlies van 257%)!1
Ook de voeding speelt een belangrijke rol in de vochtbalans. Honden die voeding van slechte kwaliteit krijgen, moeten meer eten om in hun behoeften aan energie en voedingsstoffen te voorzien. Een toename van de hoeveelheid voeding, kan leiden tot een verhoogde productie van ontlasting. Uitwerpselen bestaan voor 80-90% uit water. Voor honden die voeding van slechte kwaliteit krijgen, kan dit dus een groter vochtverlies tot gevolg hebben! Meer voeding betekent ook een verhoogde productie van afvalstoffen door de stofwisseling, die door de nieren moeten worden gefilterd en uitgescheiden; nog meer vochtverlies. Het geven van kwaliteitsvoeding kan werkelijk helpen de hoeveelheid vochtverlies op dagelijkse basis te verlagen.
Hoeveel water heeft mijn hond nodig?
Omdat het onmogelijk is om te berekenen hoeveel water een hond precies per dag nodig heeft, kunt u uw hond geen afgepaste hoeveelheid water aanbieden en verwachten dat hij goed gehydrateerd blijft. In plaats daarvan heeft de natuur voor interne mechanismen gezorgd die de hond stimuleren te drinken wanneer zijn vochtgehalte daalt. Als bijvoorbeeld het bloedplasma van de hond steeds geconcentreerder wordt, wordt het verhoogde zoutgehalte intern gedetecteerd waardoor het dier dorst krijgt. Gezien het enige tijd duurt voordat water uit de maag wordt opgenomen in het plasma, vertrouwt het lichaam van de hond niet op een terugkeer van de zoutconcentratie in het plasma naar normale waarden om hem te vertellen te stoppen met drinken. In plaats daarvan geven de uitgezette maag en de verlaging van de temperatuur in de keel het signaal door dat de dorst van de hond is gelest. Theoretisch gezien drinkt een hond net zoveel als hij nodig heeft zolang er maar water beschikbaar is wanneer hij het nodig heeft. In werkelijkheid drinken sommige werkhonden echter onvoldoende.
Conclusie
Water is van zeer groot belang om prestatiehonden in topconditie te houden. Uitdroging kan gemakkelijk leiden tot slechte prestaties of ernstige gezondheidsproblemen als daaraan onvoldoende aandacht wordt besteed. Houd uw prestatiehond altijd in de gaten en let op eventuele vroege tekenen van uitdroging. Bied hem regelmatig water aan. Het is van cruciaal belang om bij uitdroging onmiddellijk medische hulp in te schakelen. Raadpleeg dus een dierenarts als de tekenen van uitdroging ernstiger worden.
Fysieke tekenen van uitdroging
- Weigeren zich in te spannen of te werken
- Slechte concentratie op de taak die moet worden uitgevoerd
- De huid blijft omhoog staan wanneer een huidplooi wordt vastgepakt
- Kwijlen met verdikt speeksel
- Weigeren te drinken of koekjes te eten
- Slaapzucht
- Doffe blik in de ogen
- Zware ademhaling (behalve bij ernstige uitdroging waarbij het hijgen stopt om water en energie te sparen)
- Diep in de kop liggende ogen
- Niet kunnen bewegen (bij ernstige uitdroging)
Referenties
1. A. Reynolds. Hydration Strategies for Exercising Dogs. In Reinhart, GA and Carey DP, eds. Recent Advances in Canine and Feline Nutrition Volumn II. Wilmington, OH: Orange Frazier Press, 1998; 259-267.