GEPASSIONEERDE FOKKERS
BLIJVEN LEREN.

Het immuunsysteem van de puppy

Archiefdocument IAMS COMPANY

Iams is sinds 1999 een gedeponeerd handelsmerk van The Procter & Gamble Company. Dit is een archiefdocument dat in het verleden is gebruikt door Iams Pet Food of voor Iams Pet Food-producten. Alle vermeldingen in dit document dienen te worden geplaatst in de context van de tijd en geografische locatie van het eerste gebruik, aangezien de omstandigheden en producten in de tussentijd mogelijk zijn veranderd. Producten en bijbehorende gegevens zijn uitsluitend van toepassing op de VS. Deze documenten mogen uitsluitend worden gebruikt met toestemming van P&G.


DE INVLOED VAN VOEDING OP DE ONTWIKKELING VAN HET IMMUUNSYSTEEM BIJ PUPPY'S

Stefan P. Massimino, MS
Leighann Daristotle, DVM, PhD
Michael A. Ceddia, PhD
Michael G. Hayek, PhD
Research and Development Division
The Iams Company, Lewisburg, Ohio, USA
Presented at the Iams Breeder' Symposium, February 9, 2002

OVERZICHT VAN HET IMMUUNSYSTEEM

Bij alle zoogdieren beschikt het lichaam over verschillende afweermechanismen die bescherming bieden tegen binnendringende ziekteverwekkers (pathogenen), variërend van niet-specifieke barrières tot specifieke afweer. Niet-specifieke, fysieke barrières, zoals de huid en slijmvliezen, bieden de eerste bescherming tegen pathogenen zoals bacteriën, virussen en parasieten. Als die barrières echter eenmaal zijn doorbroken, is een functioneel immuunsysteem nodig om een bepaalde reactie te veroorzaken die het lichaam beschermt en de infectie uit de weg ruimt. Het immuunsysteem is een ingewikkeld netwerk van gespecialiseerde en samenwerkende weefsels, organen, cellen en stoffen.

Immuniteit kan aangeboren (inherent) of verkregen zijn. Puppy's en ander zoogdieren, waaronder mensen, worden geboren met een natuurlijke immuniteit die bestaat uit zowel cellulaire als chemische afweermechanismen. Deze zijn beide sterk afhankelijk van het vermogen om het verschil vast te stellen tussen binnendringende micro-organismen en hetgeen kan worden beschouwd als lichaamseigen. Wanneer er indringers worden waargenomen, worden enzymen geactiveerd die de celwanden van de bacteriën verteren en worden cellen ingezet die ze herkennen en vernietigen. Deze reactie is specifiek gericht en hoeft niet te worden geactiveerd maar is langzaam en meestal ontoereikend om een ziekteverwekker uit het lichaam te verwijderen. In plaats daarvan dient zij eigenlijk om de infectie in te dammen tot het volgende verdedigingsniveau, de verkregen immuniteit, zich ontwikkelt.

Verkregen immuniteit is een complex, geraffineerd systeem dat snel een specifieke reactie op binnendringende ziekteverwekkers teweeg kan brengen. Het kan worden onderverdeeld in twee componenten: celgebonden en humorale immuniteit. Tot de celgebonden immuunrespons behoren zowel T- als B-cellen (lymfocyten) en al hun wisselwerkingen. Deze bloedcellen herkennen vreemde indringers aan hun eiwitsamenstelling (antigeen) en door middel van de wisselwerking tussen cellen en de afgifte van cytokinen (oplosbare immuunmediatoren), waardoor extra T- en B-cellen worden aangemaakt (proliferatierespons). Deze cellen houden vervolgens de immuunreactie op gang door de pathogeen en de geïnfecteerde cellen te doden en beëindigen de immuunreactie wanneer de infectie is geklaard. Bovendien overleven sommige cellen, ook wel bekend als geheugencellen. Dankzij deze geheugencellen kan het immuunsysteem in het geval van een nieuwe aanval door dezelfde ziekteverwekker veel sneller en krachtiger reageren.

Naar humorale immuniteit wordt ook vaak verwezen als de immuunrespons door middel van antilichamen. Wanneer een binnendringende ziekteverwekker is herkend, nemen antigeenspecifieke B-cellen snel in aantal toe en worden ze omgevormd tot cellen die antilichamen afgeven (plasmacellen). Antilichamen zijn immuuneiwitten in het bloed (immunoglobulinen) die zich specifiek binden aan geïnfecteerde cellen en vrije micro-organismen, waardoor deze worden gedood. Er zijn vijf verschillende immunoglobuline-isotypen (IgG, IgA, IgM, IgE en IgD). De twee isotypen die het meeste in serum voorkomen zijn IgG en IgM. Net zoals met T-cellen, blijven B-geheugencellen na de infectie aanwezig om specifieke antilichamen voort te brengen wanneer hetzelfde pathogeen wordt gedetecteerd.

NEONATALE IMMUNITEIT

Als puppy's worden geboren, komen ze uit een steriele omgeving (de baarmoeder) en worden ze plotseling blootgesteld aan allerlei micro-organismen die allemaal mogelijke ziekteverwekkers zijn. Helaas werkt het immuunsysteem nog niet helemaal en gaat de ontwikkeling ervan nog tot enige tijd na de geboorte door. Als gevolg daarvan zijn pasgeboren puppy's in hun eerste levensweken extra kwetsbaar voor infecties en hebben ze ondersteuning van hun immuunsysteem nodig om te kunnen overleven. Deze ondersteuning wordt gegeven door de moeder door de overdracht van immuuncellen en immunoglobulinen via het colostrum en de melk die het pasgeboren diertje onmiddellijk een bepaalde mate van immuunbescherming meegeven. Deze overdracht van immuniteit van de moeder op haar kroost is essentieel voor de overlevingskansen van de puppy.

Vervolgens moet het immuunsysteem zich ontwikkelen totdat het volledig functioneel is. Zowel de verspreiding van immuunceltypen en hun respons veranderen naarmate pups en kittens groeien en zich ontwikkelen.1 T-celpopulaties zijn aanmerkelijk kleiner en hun proliferatierespons op een antigeen is kleiner bij puppy's in vergelijking met die bij volwassen honden.2,3 Op een leeftijd van 16 weken hebben puppy's echter lymfocytenpopulaties die vergelijkbaar zijn met die van gezonde volwassen honden.3,4

Onderzoeken hebben aangetoond dat puppy's binnen de eerste 24 uur na de geboorte een specifieke immuunrespons op vaccinatie kunnen ontwikkelen die vergelijkbaar is met de respons van een volwassen dier, zij het minder krachtig.5 Dit gold zelfs wanneer ook antilichamen van de moeder aanwezig waren.6Deze onderzoeken wezen uit dat puppy's zowel een functioneel B-cel- als T-celsysteem hebben.

De voorwaarde voor de immuunresponsen van jonge puppy's is een belangrijk punt van overweging voor fokkers en dierenartsen wanneer zij deze dieren proberen te beschermen tegen infectieziekten. Vaccinaties zijn essentieel voor deze bescherming. Het doel van vaccinaties is het stimuleren van de humorale (antilichamen en/of cellulaire immuunresponsen op een antigeen en het genereren van een goed immuungeheugen zodat het dier niet ziek wordt als het vervolgens aan een infectiekiem wordt blootgesteld.

Omdat zogende puppy's tegen ziekten worden beschermd door de antilichamen die ze van hun moeder krijgen en omdat hun immuunresponsen niet zijn volgroeid, wordt gewoonlijk met het vaccinatieproces gestart bij het spenen en gaat het door tot het moment dat de (door de moeder) overgedragen antilichamen zijn verdwenen en de immuunresponsen van de puppy bestendiger zijn geworden. In de praktijk komt dit neer op het toedienen van de eerste set vaccinaties op een leeftijd van 6-9 weken met elke 3-4 weken een herhalingsvaccinatie totdat het dier ongeveer 16 weken oud is (tabel). Dieren die geen colostrum of moedermelk hebben gekregen, kunnen al vanaf een leeftijd van 2-3 weken worden gevaccineerd, met elke 3-4 weken een herhalingsvaccinatie totdat ze ongeveer 16 weken oud zijn. Een opvallende uitzondering is het vaccin tegen hondsdolheid, dat langdurige bescherming biedt en pas wordt toegediend op een leeftijd van 12 weken of zoals de lokale wetgeving dat voorschrijft. Eigenaars en fokkers dienen een vaccinatieplan te bespreken met hun dierenarts om specifieke adviezen voor hun dieren te verkrijgen.

Tabel. Vaccinatieadviezen voor honden (bron: American Veterinary Medical Association)

VOEDING EN DE IMMUUNFUNCTIE

De wisselwerking tussen voeding en immuniteit is uitgebreid gedocumenteerd. Het is al lang bekend dat voeding die onvoldoende proteïne, energie, mineralen, vitaminen en belangrijke vetzuren bevat, een ongunstig effect heeft op de immuniteit.7 Onlangs is gebleken dat door middel van supplementatie boven de aanbevolen minimale hoeveelheden de gezondheid en de immuunfunctie bij een groot aantal soorten kunnen worden verbeterd. Een groep voedingsstoffen die met name de aandacht heeft getrokken vanwege de versterking van de immuunfunctie staat bekend als antioxidanten.

Antioxidanten worden als bevorderlijk voor de immuunfunctie beschouwd vanwege hun uitwerking op vrije radicalen.8 Vrije radicalen (ook wel reactieve zuurstofsoorten genoemd) zijn chemisch reactieve verbindingen met een ongepaard elektron die dagelijks in het lichaam worden aangemaakt als gevolg van de aerobe (oxidatieve) stofwisseling en de normale werking van het immuunsysteem. Als de ophoping van vrije radicalen echter niet in toom wordt gehouden, kunnen gezonde cellen beschadigd raken. Primaire doelwitten voor schade door deze reactieve zuurstofsoorten zijn dubbele bindingen die gewoonlijk in hoge concentraties voorkomen in meervoudig onverzadigde vetzuren in celmembranen. Met name immuuncellen zijn vatbaar voor schade door vrije radicalen omdat hun celmembranen uit zeer hoge gehaltes meervoudig onverzadigde vetzuren bestaan. Het lichaam beschikt over systemen om deze vrije radicalen te bestrijden, waaronder enzymsystemen, endogene factoren en antioxidanten. Antioxidanten die uit voeding kunnen worden opgenomen, zijn vitamine E, β-caroteen en luteïne.

Vitamine E

Vitamine E is een term die wordt gebruikt om een groep krachtige, chemisch soortgelijke antioxidanten aan te duiden. Eén vorm van vitamine E, alfa-tocoferol, komt het meeste in het lichaam voor,9 heeft de hoogste biologische activiteit,10,11 en bestrijdt bij mensen de symptomen van een vitamine E-tekort.12 In cellen draagt vitamine E bij aan de stabiliteit van het membraan, reguleert het de soepelheid van het membraan en beschermt het de celcomponenten tegen oxidatieve schade. Opmerkelijk is dat immuuncellen een hoger vitamine E-gehalte bevatten dan andere cellen13,14; en dat ze, zoals eerder genoemd, hogere gehaltes aan vetzuren hebben waardoor ze vatbaarder zijn voor oxidatieve schade.

Gebleken is dat door supplementatie met vitamine E een aantal waarden van de immuunfunctie bij verschillende soorten, waaronder katten, toenemen.15 Onderzoeken hebben aangetoond dat door het toevoegen van vitamine E aan vaccins als hulpstof de respons van de vaccinatietiter (antistof) bij verschillende soorten versterkte.16-19 Ook intramusculaire injectie van vitamine E voorafgaand aan vaccinatie, alsmede supplementatie van de voeding met vitamine E resulteerde in versterkte titerresponsen.20-23 Hoewel supplementatie met matige hoeveelheden vitamine E de vaccinatieresponsen kan versterken, tonen onderzoeken onder mensen aan dat oversupplementatie met grote hoeveelheden vitamine E in verband is gebracht met een lagere respons van antistoffentiters op de griepprik.23 Recente door The Iams Company uitgevoerde onderzoeken onder katten hebben een voedingsstoffenbereik vastgesteld waarbinnen vitamine E bevorderlijk is voor het immuunsysteem en dit bereik is vermoedelijk vergelijkbaar voor honden.

β-caroteen

Een andere groep antioxidanten die de immuunfunctie kan verbeteren is de carotenoïden. Carotenoïden zijn natuurlijke pigmenten die voorkomen in planten en grote invloed hebben op de immuniteit en de gezondheid van mensen en dieren.24-27 Onderzoeken hebben aangetoond dat β-caroteen het aantal28,29 en de functie van immuuncellen doet toenemen29-33 en niet-specifieke cellulaire afweermechanismen reguleert.29,34

Door Iams gesponsorde onderzoeken hebben aangetoond dat β-caroteen bij honden effectief wordt opgenomen.35,36 De toevoeging van 20 mg β-caroteen per dag aan volwassen Beagles verhoogde na 8 weken bovendien het gehalte aan antilichamen en werd tevens geassocieerd met een verhoging van de vertraagde overgevoeligheidsrespons (DTH - delayed-type hypersensitivity, een maatstaf voor celgebonden immuunrespons.)35 In een door Iams gesponsord vervolgonderzoek zorgde voedingssupplementatie met β-caroteen voor een verandering van het aantal immuuncellen, werden de proliferatieresponsen van T- en B-cellen verhoogd en werd ook de DTH-respons verhoogd bij honden.37 Het geven van β-caroteen bleek ook verschillende acties van de immuunfunctie bij ouderen en volwassen honden te verbeteren.35,37

Luteïne

Luteïne is een andere carotenoïde die overvloedig voorkomt in planten en micro-organismen en is een belangrijke carotenoïde in het bloed van bepaalde soorten (mensen, kippen). Net als β-caroteen werkt luteïne echter als een antioxidant die vethoudende celmembranen beschermt tegen oxidatieve schade38 en een uitgesproken synergetische, beschermende werking heeft wanneer het wordt gemengd met andere carotenoïden.39

Bij honden kan luteïne worden geabsorbeerd uit de voeding en worden opgenomen door lymfocyten.40,41 Van luteïne is vastgesteld dat het de celgebonden immuunresponsen, zoals de vertraagde overgevoeligheid en lymfocytproliferatie, bij honden verhoogt na 6 weken supplementatie.41 Bovendien verbeterde de humorale immuniteit, gemeten als verhoogde IgG-gehaltes, bij deze honden met luteïnesupplementatie.

ONDERZOEK NAAR ANTIOXIDANTEN

Combinatiepakket antioxidanten

Bewezen is dat vitamine E, β-caroteen en luteïne de immuunfunctie in verschillende soorten, waaronder honden, verbeteren. Effecten hiervan bij puppy's zijn echter niet gemeld. Teneinde het effect van deze antioxidanten als combinatiepakket op de immuunfunctie vast te stellen, werden 40 puppy's na het spenen (leeftijd van 6 weken) willekeurig in twee behandelingsgroepen ingedeeld op nest, lichaamsgewicht en geslacht. De controlegroep kreeg een complete voeding (Eukanuba® Medium Breed Puppy Formula) en de experimentele groep kreeg dezelfde voeding met extra vitamine E, luteïne en β-caroteen. De puppy's kregen deze voeding gedurende vier maanden, waarbij op verschillende tijdstippen bloedmonsters werden afgenomen voor bepaling van de lymfocytproliferatie. De puppy's werden gedurende deze voedingsperiode gevaccineerd volgens de standaardprocedures. Aan het einde van de voedingsperiode van 4 maanden werden de puppy's opnieuw gevaccineerd (voor meting van de secundaire vaccinatierespons) en werden bloedmonsters afgenomen voor het meten van de respons van antistoffentiters. Na afname van het laatste monster werden de dieren ingeënt met een nieuw antigeen (rode bloedcellen van schapen [sRBC], voor meting van een primaire vaccinatierespons) en werden op verschillende tijdstippen bloedmonsters afgenomen voor analyse van de serumantistoffentiter.

Resultaten

Resultaten van dit onderzoek tonen aan dat puppy's die de met antioxidanten verrijkte voeding kregen, aanzienlijk hogere lymfocytproliferatieresponsen hadden op verschillende celstimuli, waardoor zowel de T- als de B-celfunctie werd getest (afbeelding 1-3). Hoe langer de puppy's de voeding kregen, hoe groter het verschil tussen de behandelingsgroepen werd. Voedingssupplementatie met antioxidanten leidt dus tot een aanzienlijke verbetering van zowel de T- als de B-celgebonden immuunrespons bij puppy's.

Afbeelding 1. Voedingssupplementatie met antioxidanten leidde tot een aanzienlijke (P<,05) verbetering van de proliferatieresponsen van T-cellen (Concanavaline A) bij puppy's op de leeftijd van 14 en 22 weken. Afbeelding 2. Voedingssupplementatie met antioxidanten leidde tot een aanzienlijke (P<,05) verbetering van de proliferatieresponsen van T-cellen (fytohemagglutinine) bij puppy's op de leeftijd van 22 weken. Afbeelding 3. Voedingssupplementatie met antioxidanten leidde tot een aanzienlijke (P<,05) verbetering van de proliferatieresponsen van B-cellen (Pokeweed mitogeen) bij puppy's op de leeftijd van 14 en 22 weken.

De puppy's die de met antioxidanten verrijkte voeding kregen, vertoonden aan het einde van de voedingsperiode tevens hogere responsen van antistoffentiters op hondenziekte-, para-influenza- en parvovirusvaccins (afbeelding 4).

Afbeelding 4. Voedingssupplementatie met antioxidanten zorgde voor aanzienlijk (P<,05) verhoogde titerresponsen (antistoffen) op hondenziekte-, parvovirus- en para-influenzavaccins bij puppy's op dag 7 en 21 na de vaccinatie.

Deze hogere antistofresponsen duiden op een betere vaccinatierespons, met gelijktijdig een kleinere kans op verdere infectie met deze virussen. Bovendien genereerde de groep die extra antioxidanten kreeg aanzienlijk hogere IgM-titers naar aanleiding van inenting met sRBC (afbeelding 5). De IgM-respons is de eerste respons die wordt opgewekt bij humorale immuniteit en bevestigt als zodanig dat de puppy's die de met antioxidanten verrijkte voeding kregen een aanzienlijk betere niet-specifieke humorale immuunfunctie vertoonden.

Afbeelding 5. Voedingssupplementatie met antioxidanten leidde tot aanzienlijk (P<,05) verhoogde IgM-titerresponsen (antistoffen) bij inenting met rode bloedcellen van schapen bij puppy's.

CONCLUSIE

Wetenschappelijk bewijs toont aan dat puppy's baat kunnen hebben bij een versterking van de immuunfunctie. Puppy's hebben een lagere immuunrespons dan volwassen honden waardoor een kwetsbare periode ontstaat waarin ze een grotere kans op ziekten en overlijden lopen. Eerder onderzoek onder honden, alsmede onder andere soorten, heeft aangetoond dat voedingssupplementen de immuunfunctie kunnen beïnvloeden. Dit recente onderzoek toonde aan dat voedingssupplementatie met antioxidanten bij pasgeboren honden kan leiden tot een verbetering van zowel de celgebonden als de humorale immuunfunctie, waardoor de reacties die nodig zijn om puppy's te beschermen tegen infectieziekten verbeteren.

REFERENTIES

1.Bortnick SJ, Orandle MS, Papadi GP, Johnson CM. Lymphocyte subsets in neonatal and juvenile cats: comparison of blood and lymphoid tissues. Lab Anim Sci 1999; 49:395-400.
2.Felsburg PJ, Somberg RL, Perryman LE. Domestic animal models of severe combined immunodeficiency: canine X-linked severe combined immunodeficiency and severe combined immunodeficiency in horses. Immunodefic Rev 1992; 3:277-303.
3.Somberg RL, Robinson JP, Felsburg PJ. T lymphocyte development and function in dogs with X-linked severe combined immunodeficiency. J Immunol 1994; 153:4006-4015.
4.Somberg RL, Tipold A, Hartnett BJ, Moore PF, Henthorn PS, Felsburg PJ. Postnatal development of T cells in dogs with X-linked severe combined immunodeficiency. J Immunol 1996; 156:431-435.
5.Jacoby RO, Dennis RA, Griesemer RA. Development of immunity in fetal dogs: humoral responses. Am J Vet Res 1969; 30:503-510.
6.Pastoret PP, Griebel P, Bazin H, Govaerts. Immunology of the dog. In: Handbook of Vertebrate Immunology. San Diego, CA. Academic Press, 1998; 261-289.
7.Gershwin ME, German BJ, Keen CL, eds. Nutrition and Immunology; Principles and Practice. Totowa, NJ: Humana Press, 2000.
8.Harmon D. Aging: A theory based on free radical and radiation therapy. J Gerontol 1956; 11:298-300.
9.Traber MG, Sies H. Vitamin E in humans: demand and delivery. Annu Rev Nutr 1996; 16:321 347.
10.Weiser H, Vecchi M, Schlachter M. Stereoisomers of alpha-tocopheryl acetate. IV. USP units and alpha-tocopherol equivalents of all-rac-, 2-ambo- and RRR-alpha-tocopherol evaluated by simultaneous determination of resorption-gestation, myopathy and liver storage capacity in rats. Int J Vitam Nutr Res 1986; 56:45-56.
11.Weiser H, Riss G, Kormann AW. Biodiscrimination of the eight alphatocopherol stereoisomers results in preferential accumulation of the four 2R forms in tissues and plasma of rats. J Nutr 1996; 126:2539-2549.
12.Kohlschutter A, Hubner C, Jansen W, Lindner SG. A treatable familial neuromyopathy with vitamin E deficiency, normal absorption, and evidence of increased consumption of vitamin E. J Inherit Metab Dis 1988; 11:149-152.
13.Coquette A, Vray B, Vanderpas J. Role of vitamin E in the protection of the resident macrophage membrane against oxidative damage. Arch Int Physiol Biochim 1986; 94:S29-S34.
14.Hatam LJ, Kayden HJ. A high-performance liquid chromatographic method for the determination of tocopherol in plasma and cellular elements of the blood. J Lipid Res 1979; 20:639-645.
15.Hayek MG, Massimino SP, Burr JR, Kearns RJ. Dietary vitamin E improves immune function in cats. In: Reinhart GA, Carey DP, eds. Recent Advances in Canine and Feline Nutrition. Vol III: 2000 Iams Nutrition Symposium Proceedings. Wilmington, OH: Orange Frazer Press, 2000; 555-564.
16.Franchini A, Bertuzzi S, Tosarelli C, Manfreda G. Vitamin E in viral inactivated vaccines. Poult Sci 1995; 74:666-671.
17.Hogan JS, Weiss WP, Smith KL, Todhunter DA, Schoenberger PS, Williams SN. Vitamin E as an adjuvant in an Escherichia coli J5 vaccine. J Dairy Sci 1993; 76:401-407.
18.Franchini A, Canti M, Manfreda G, Bertuzzi S, Asdrubali G, Franciosi C. Vitamin E as adjuvant in emulsified vaccine for chicks. Poult Sci 1991; 70:1709-1715.
19.Tengerdy RP, Ameghino E, Riemann H. Serological responses of rams to a Bricella ovis vitamin E adjuvant vaccine. Vaccine 1991; 9:273-276.
20.Droke EA, Loerch SC. Effects of parental selenium and vitamin E on performance, health and humoral immune responses of steers new to the feedlot environment. J Anim Sci 1989; 67:1350 1359.
21.Reddy PG, Morrill JL, Minocha HC, Stevenson JS. Vitamin E is immunostimulatory in calves. J Dairy Sci 1987; 70:993-999.
22.Ellis RP, Vorhies MW. Effect of supplemental dietary vitamin E on the serological response of swine to an Eschericia coli bacterin. J Am Vet Med Assoc 1976; 168:231-232.
23.Meydani SN, Meydani M., Blumberg JB, Leka LS, Siber G, Loszewski R, Thompson C, Pedrosa MC, Diamond RD, Stollar BD. 1997. Vitamin E supplementation and in vivo immune response in healthy elderly subjects. A randomized controlled trial. JAMA 277:1380-1386.
24.Chew BP. Vitamin A and β-carotene on host defense. Symposium: Immune function: Relationship of nutrition and disease control. J Dairy Sci 1987; 70:2732-2743.
25.Chew BP. Role of carotenoids in immune response. Symposium on "Antioxidants, Immune Response and Animal Function." J Dairy Sci 1993; 76:2804-2811.
26.Chew BP. Antioxidant vitamins affect food animal immunity and health. Conference: Beyond deficiency: New views of vitamins in ruminant nutrition and health. J Nutr 1995; 1804S-1808S.
27.Chew BP. The influence of vitamins on reproduction in pigs. In: Garnsworthy PC, Cole D, eds. Recent Advances in Animal Nutrition. Nottingham: Nottingham University Press, 1995; 223 239.
28.Alexander M, Newmark H, Miller RG. Oral β-carotene can increase the number of OKT4+ cells in human blood. Immunol Letter 1985; 9:221-224.
29.Seifter E, Rettara G, Padawer J. Levenson SM. Moloney murine sarcoma virus tumors in CBA.J mice: Chemprevetative and chemotherapeutic actions of supplemental beta-carotene. J Natl Cancer Inst 1982; 68:835-840.
30.Chew BP, Wong MW, Wong TS. Effects of β-carotene canthoxanthin and astaxanthin on lymphocyte function in mice. FASEB J 1995; 9:A441.
31.Michal JJ, Heirman LR, Wong TS, Chew BP, Frigg M, Volker L. Modulatory effects of dietary beta-carotene on blood and mammary leukocyte function in periparturient dairy cows. J Dairy Sci 1994: 77; 1408-1421.
32.Jynouchi H, Zhang L, Gross M, Tomita Y. Immunomodulating actions of carotenoids: Enhancement if in vitro antibody production to T-dependent antigens. Nutr Cancer 1994; 21:47 58.
33.Jyonuchi H, Sun S, Gross M. Effects of carotenoids on in vitro immunoglobulin production by human peripheral blood mononuclear cells: Astaxanthin, a carotenoid without vitamin A activity, enhances in vitro immunoglobulin production in response to a T-dependent stimulant and antigen. Nutr Cancer 1995; 23:171-183.
34.Tjoelker LW, Chew BP, Tanaka TS, Daniel LR. Effects of dietary vitamin A and β-carotene on polymorphonuclear leukocyte and lymphocyte function in diary cows during the early dry period. J Dairy Sci 1990; 1017-1022.
35.Chew BP, Park JS, Wong TS, Weng B, Kim HW, Byrne KM, Hayek MG, Reinhart GA. Importance of beta-carotene nutrition in the dog and cat: Uptake and immunity. In: Reinhart GA, Carey DP, eds. Recent Advances in Canine and Feline Nutrition, Vol II: 1998 Iams Nutrition Symposium Proceedings. Wilmington, OH: Orange Frazer Press, 1998; 513-533.
36.Chew BP, Park JS, Weng BC, Wong TS, Hayek MG, Reinhart GA. Dietary β-carotene is taken up by blood plasma leukocytes in dogs. J Nutr 2000; 130:1788-1791.
37.Kearns RJ, Loos KM, Chew BP, Massimino S, Burr JR, Hayek MG. The effect of age and dietary β-carotene on immunological parameters in the dog. In: Reinhart GA, Carey DP, eds. Recent Advances in Canine and Feline Nutrition. Vol III: 2000 Iams Nutrition Symposium Proceedings. Wilmington, OH: Orange Frazer Press, 2000; 389-401.
38.Sujak A, Gabrielska J, Grudzinski W, Borc R, Mazurek P, Gruszecki WI. Lutein and zeaxanthin as protectors of lipid membranes against oxidative damage: the structural aspects. Arch Biochem Biophys 1999; 371:301-307.
39.Stahl W, Junghans A, de Boer B, Driomina ES, Briviba K, Sies H. Carotenoid mixtures protect multilamellar liposomes against oxidative damage: synergistic effects of lycopene and lutein. FEBS Lett 1998; 427:305-308.
40.Chew BP, Wong TS, Park JS, Weng BB, Cha N, Kim HW, Byrne KM, Hayek MG, Reinhart GA. The role of dietary lutein in the dog and cat. In: Reinhart GA, Carey DP, eds. Recent Advances in Canine and Feline Nutrition. Vol II: 1998 Iams Nutrition Symposium Proceedings. Wilmington, OH: Orange Frazer Press, 1998; 547-554.
41.Kim HW, Chew BP, Wong TS, Park JS, Weng BB, Byrne KM, Hayek MG, Reinhart GA. Dietary lutein stimulates immune response in the canine. Vet Immunol Immunopathol 2000; 74:315-327.